| Den store styrkeproven |
|
= opstapp'n en wieter fiets'n = In gesprek met Carel ten Have, Wim Halink en Laurens Klein Falckenborg over hun fietstocht van Trontheim naar Oslo. De 540 kilometer lange fietstocht wordt gehouden tijdens de middernachtzon, de langste dag van het jaar en staat bekent als de grote krachtproef, of den store styrkeproven. Dit jaar (2008) werd de tocht verreden op 21 en 22 juni. Over de tocht mag maximaal 40 uur worden gedaan.
Vanuit zee (Trondheim) stijgt de weg geleidelijk naar 1400 meter hoogte. De tocht voert tientallen kilometers over de Hjerkinn hoogvlakte. Dan volgt een 10 kilometer lange steile afdaling naar Dombas, om vervolgens over een stuk van 100 kilometer geleidelijk verder af te dalen door een prachtige omgeving. Na Lillehammer via de oude E6 langs het Mjosameer. En dan nog een stuk met pittige hellingen richting Oslo.
Dan ontmoet ik Wim, Laurens en Carel met hun respectievelijke echtgenotes Ellie, Margriet en Ans. Voor ik bij hen aan schuif, loop ik eerst nog wat door de lommerrijke tuin van Wim en Ellie. Op die manier krijg ik langzaam weer enigszins grip op mezelf. Ik ben onder de indruk van de kleurige borders en de geweldige waterpartij op wat men ook wel het drielandenpunt van de gemeente Oost Gelre noemt. Het knooppunt Lichtenvoorde, Zieuwent, Harreveld aan de Japikweg. De mannen komen na hun Noorse avontuur voor het eerst weer bij elkaar om nog eens over de monstertocht na te praten. Ellie zorgt voor koffie en beschuit met aardbeien. Ik vraag mij af wat voor kerels het zijn, die zich vrijwillig storten in een dergelijk avontuur. En alsof Ellie mijn gedachten raadt, merkt ze op dat deze mannen voer voor psychologen zijn.
Vier jaar geleden fietste Carel de tocht voor het eerst. Dit jaar wil hij de tocht nogmaals ondernemen als onderdeel van een vakantie naar Noorwegen. Als Laurens van zijn plannen hoort besluit hij om mee te gaan. Al jaren heeft hij in zijn hoofd om deze monstertocht eens te fietsen. Wim die de tocht al drie keer gereden heeft, twintig jaar geleden voor het eerst met Ellie, completeert het drietal. Carel vertrekt met de trein naar Denemarken om van daaruit per boot de oversteek naar Noorwegen te maken. Al slingerend langs de verschillende fjorden fietst hij in ongeveer tien dagen naar Trondheim. Carel reist alleen met een klein rugzakje met een minimum aan bagage. Wat extra fietskleding, een afritsbare broek en een trui. Van zijn tandenborstel heeft hij zelfs een stuk van het steeltje afgezaagd. Een handdoekje zo groot als een vaatdoek, die hij overigens onderweg ook nog verliest. Als schoeisel heeft hij de crocks ontdekt. Kunststof klompen waar inmiddels half Nederland op rondloopt. Carel zweert er bij. Ik durf hem niet meer te vragen hoe hij het met zijn ondergoed doet.
Begin februari starten ze met de voorbereidingen. Van de ATB-tochten in het winterseizoen, stappen ze over op de racefiets om met het trainingsprogramma te beginnen. Aanvankelijk fietsen ze een maal per week een tocht in het weekend en twee keer per week bezoeken ze de sportschool om te spinnen. Later in het seizoen als het 's avonds licht wordt verruilen ze de sportschool voor de trainingsavonden van de Keitrappers. In het begin fietst Joop Radstake nog wel eens mee, maar na een ritje op en neer naar Tolkamer houdt hij het voor gezien.
Carel fiets de tocht alleen. Onderweg sluit hij soms aan bij een groepje. Soms is dat stimulerend en zorgt de onderlinge competitie er voor dat het tempo strak blijft. Een ander groepje hindert hem meer, dan dat het oplevert. Bergop rijdt hij voortdurend van ze weg. In de afdalingen halen ze hem dan weer in. Het zorgt er voor dat hij te veel op reserve rijdt. De laatste 100 kilometer kan hij opnieuw aansluiten bij een inspirerende groep, waardoor het tempo stijgt en er weer kop over kop gekoerst wordt. Na 18 uur, 43 minuten en 5 seconden passeert hij de finish. Verbijsterd, zijn ogen dicht knijpend, ziet hij dat hij 45 seconden sneller is dan vier jaar geleden. Zijn teller geeft een gemiddelde van 30 kilometer per uur aan.
Laurens en Wim fietsen samen en zijn minder op de tijd gefocust. Hun doel is alleen de tocht uit te fietsen. Dat gaat overigens bijna mis als Laurens na 15 kilometer valt. Het blijft gelukkig bij schaafwonden aan beide ellebogen, heupen en knieen. Hij is geschrokken van Wim, wiens fiets in een afdaling met een snelheid van 65 kilometer per uur begint te sjimmieren. Op navraag naar de betekenis van dit woord, wordt mij uitgelegd dat men de controle over de fiets verliest en de fiets als het ware begint te zwabberen. Laurens glijdt over het natte wegdek om vervolgens tegen een vangrail tot stilstand te komen. De val kost energie en stelt hem mentaal op de proef. Wim vertelt nog, dat je op zo'n moment maar een ding kunt doen en dat is opstapp'n en wieter fiets'n. Als bij de eerstvolgende pauze de scheef geraakte derailleur wordt rechtgezet, komt de moraal terug. Binnen 23 uur volbrengen ze de tocht.
Als Carel na een paar uur wakker wordt en de anderen zoekt, hoort hij van een fietser uit Dinxperlo voor het eerst dat Laurens gevallen is. Als hij zijn metgezellen ook niet kan vinden in een van de slaapvertrekken, houdt hij er serieus rekening mee, dat ze het niet hebben gehaald. Echter, hoewel hij op de bagage van Laurens en Wim een briefje heeft bevestigd met zijn slaapplek, hebben zij hem niet kunnen vinden. Uiteindelijk zijn ze in een tennishal gaan slapen, terwijl Carel boven op het juryhok van de ijshockeyvereniging in slaap is gevallen. Uiteindelijk vindt hij zijn fietsmaten en staat aan hun voeteneind als ze wakker worden.
Carel vertelt nog over een woordenwisseling met iemand van de organisatie. Hij verwijt hen, dat ze zijn rode rugzak niet mee vervoerd hebben naar Oslo. Al bijna stelt hij de organisatie aansprakelijk als hij zich realiseert, dat zijn rugzak blauw van kleur is. Het is een van de voorbeelden waarin Carel vertelt hoe chaotisch hij bij tijd en wijle is en hoe zorgvuldig voorbereid ook, hij nogal eens iets verliest. Het is maar goed dat de bomen waarmee hij werkt vast staan, merkt Wim droogjes op. Als ik tenslotte vraag of er nog nieuwe plannen op de plank liggen, vertelt Wim, dat hij aanvankelijk Trondheim - Oslo nooit meer wilde fietsen, maar dat na een dag rust het verlangen om deze monstertocht nog eens te maken al weer toenam. Laurens wil nog wel een keer met hem mee. Carel mijmert over een fietstocht naar de Zwarte Zee. JM
|


